Hoe Jan Brusse in Zuid-Frankrijk het leven vierde

De herinneringen van zoon Patrick

Tekst: Andy Arnts  

Gepubliceerd in: 'Côte & Provence' (09/2008)

 

 

'Ik hoor nog precies het geluid van zijn vingers op de typmachine als hij aan het werk was. Heel snel en alleen met twee wijsvingers,' aldus Patrick Brusse, de 29-jarige zoon van Frankrijkicoon Jan Brusse. We hebben afgesproken in het huis waar hij vanaf zijn tiende opgroeide en waar zijn moeder nog altijd woont. Het is lieflijk gelegen in de heuvels van Golfe Juan met een panoramisch uitzicht over Cap d'Antibes en de Méditerranée. Een portret van Jan Brusse, de chroniqueur van Frankrijk, zoals zijn zoon hem heeft meegemaakt.
Het is 1969, het filmfestival van Cannes. Op een party wordt Jan Brusse voorgesteld aan Josephine, een Nederlandse jongedame die onmiddellijk zijn bourgondische hart in vlam zet.
Ze trouwen en krijgen in 1979 een zoon: Patrick. Jan Brusse is dan 58 en al jaren een bekende Nederlander met een eigen televisieprogramma: 'Hier Parijs, hier Jan Brusse'. Op zijn zesentwintigste was hij naar Parijs vertrokken, eerst als correspondent voor 'De Waarheid' en later voor 'Elsevier'. Hij zou zijn leven lang in zijn geliefde Frankrijk blijven wonen en werken. Eerst in Parijs, maar al gauw ook in de Var en aan de Côte d'Azur.
Zijn zoon Patrick (met zijn Franse vriendin Charlotte woonachtig in Cannes), vertelt: 'Ik ben geboren in Bargemon, een klein dorp in de Var, ten westen van Fayence. Wij woonden daar in een olijfoliemolen. Thuis werd Nederlands gesproken, maar vanaf mijn tweede ging ik naar een Franse school om snel Frans te leren. De lagere school in Bargemon was super. De vervolgopleiding zou automatisch in Draguignan zijn, maar die had niet zo'n beste reputatie. Mijn ouders hebben toen besloten om naar de Côte d'Azur te vertrekken.'
De zomervakanties brengt Patrick door in Parijs, waar zijn ouders op Montmartre een appartement bezaten, én in Ouderkerk aan de Amstel. 'Mijn moeder kende daar een familie met een boerenbedrijf en ik mocht dan een hele maand gaan meehelpen. Dat was een geweldige ervaring. Ook voor de boer trouwens, die zelf geen zoon had en blij was met een extra arbeidskracht.'
In 1989 verhuist de familie Brusse naar Golfe
Juan. 'Dat vond ik verschrikkelijk', zegt Patrick, 'ik had het prima naar mijn zin in de Var en hier kende ik niemand. Het had trouwens weinig gescheeld of we hadden ons niet in Golfe Juan maar in Biot gevestigd. Mijn vader had daar namelijk een hele goede vriend, de kunstenaar Kees Verkade. Het huis naast Kees
Verkade stond ook te koop en het leek mijn vader werkelijk een uitstekend idee om de buurman van zijn vriend te worden.'

Hij werpt een geamuseerde blik naar zijn moeder Josephine en vervolgt: 'Maar dat was wéér tussen het groen en maman wilde juist vlakbij de stad en zeezicht. Ze was dan ook blij dat de makelaar met dit huis op de proppen kwam. Het is de vroegere woning van kunstenaar Nino Giuffrida, die overal zijn sporen heeft achtergelaten'. Hij wijst op tegels en mozaïekwerken die door de Italiaanse artiest zijn aangebracht. 'Het verhaal gaat dat Picasso hier vaak over de vloer kwam. Er zou zelfs een muur door hem zijn beschilderd,
maar die hebben we helaas nooit gevonden. Waarschijnlijk is iemand die het niet mooi vond er met de witkwast overheen gegaan.'

Nieuwsgierig naar het originele en ongewone
De nieuwe woonstede in Golfe Juan bevalt de
familieman Jan Brusse uitstekend. 'Mijn vader werkte thuis en was er de hele dag voor mij', herinnert Patrick zich. 'Voor mij was hij een wijze man met een grote culturele kennis. We hebben altijd samen veel plezier gehad. Hij bezat een geweldige esprit, had op iedere vraag een antwoord en als hij iets niet wist, dan verzon hij wel wat. Nee, een strenge vader was hij niet. Hij had zich voorgenomen om dat ook vooral
niet te zijn. Opvoeden liet hij aan mijn moeder over. Wanneer ik iets wilde, dan liep ik gelijk naar hem en kwam het wel goed. Meestal doorzag hij dat en vroeg hij: "Heb je dat wel eerst aan je moeder gevraagd?"'
In zijn werk was Jan Brusse een vakman pur sang met een grote nieuwsgierigheid naar het
originele en het ongewone. 'Als hij iets opmerkelijks in de krant las, dan wilde hij daar meteen elk detail van weten, al moest het via de ambassade. Hij had een druk bestaan met zijn werk voor de tijdschriften en radio en tv. Elke maand moest hij tien onderwerpen
hebben om over te schrijven of voor zijn programma's. Dat is veel. Hij was dus voortdurend
op zoek naar een boeiend verhaal. Hij interviewde Picasso, Josephine Baker, Abbé Pierre en Salvador Dalí, bij wie hij zelfs vier dagen gelogeerd heeft. Hoe hij dat voor elkaar heeft gekregen, weet ik niet, maar het lukte hem wel. Hij was een echte doorzetter. Picasso is hij overigens gewoon op straat tegengekomen in Vallauris.'
'In restaurants stonden zijn oren altijd gespitst'
Toch volgde Jan Brusse niet alleen de beau monde. Nog veel meer ging zijn aandacht uit
naar de gewone Franse burger. Patrick: 'Als je met hem in een restaurant zat, was je nooit met hem alleen. Altijd stonden zijn oren gespitst om te luisteren naar wat er aan de andere tafeltjes gezegd werd. Want daar kon misschien wel een verhaal in zitten.'
Had Jan Brusse in zo'n gelegenheid dan geen last van vip-spotters of mensen die hem
herkenden?
'Zelden. In Frankrijk was hij absoluut geen célébrité. Hier was hij net zo'n algemene
verschijning als monsieur Dupont. De enige die hem soms opmerkten, waren Nederlandse
toeristen. Mijn oom Mark is in Frankrijk veel bekender. Die is beeldend kunstenaar en woont
in Parijs. Maar mijn vader was zich wél heel bewust van de grote invloed die hij op het
Nederlandse Frankrijk-toerisme had. Hij wist enorm veel van het land af. Als hij beweerde dat iets in Bordeaux mooi was, dan gingen de mensen daar blindelings op af. Daar was hij best trots op, hoewel het beeld dat hij gaf natuurlijk wel een beetje geflatteerd was.' 
Een typische épicurien, een gastronomische lekkerbek
De liefde voor de Franse cultuur openbaarde zich bij Jan Brusse vooral op het culinaire vlak. Zijn zoon beschrijft hem als een typische épicurien, een gastronomische lekkerbek, iemand die het leven viert. 'Wanneer we op reis gingen, was het altijd een door hem uitgestippelde route die van de ene wijnkelder naar de andere voerde. Voor mijn vader was er maar één wijnland: Frankrijk. Alles wat daarbuiten werd geproduceerd, was per definitie slecht en ondrinkbaar. Hij had er daarom geen enkele moeite mee om andere wijnen tot op het bot af te kraken, ook al had hij ze
nog nooit geproefd. Zijn andere passie was tuinieren. In de zomermaanden maakte hij er elke middag tijd voor. Hij werkte thuis en kon zijn eigen dagschema indelen. 's Morgens gingen we samen zwemmen in zee. Daarna kroop hij achter de typmachine en werkte hij de rest van de ochtend aan een stuk door. Zijn radioprogramma 'Paris vous parle' nam hij ook gewoon thuis op, op een ouderwetse bandrecorder. Maar 's middags ging hij naar de groentetuin, waar hij pas helemaal tot bloei kwam. Hij kweekte vooral tomatenplanten en sperziebonen.'
Josephine begint al te lachen.
'Ja, soms was het misschien wel wat te veel,' geeft Patrick toe. 'Zeker als hij na drie dagen sperziebonen opnieuw vrolijk met een volle mand naar boven kwam. Toch merk ik, nu ik zelf ouder word, dat ik steeds meer van mijn vader ga overnemen. Zoals zijn liefde voor de natuur. En voor architectuur, want dat fascineerde hem ook.'
 
Een zwaar geval van claustrofobie
In 1992 publiceerde Jan Brusse de verhalenbundel 'Voor niets bang, mijn claustrofobische
bekentenissen'. Een hinderlijke kwaal die als een rode draad door zijn leven liep. Het begon op zijn 35ste en is hem sindsdien blijven achtervolgen. Toch wist de schrijver er met veel humor over te vertellen.
Patrick: 'Hij was inderdaad een zwaar geval. Op reis logeerden wij uitsluitend in motels, met kamers op de begane grond. Hij kon dan, als hij dat wilde, zo weglopen. Op een etage kreeg hij het snel benauwd. Hij weigerde de lift te gebruiken en nam steevast de trap. Als we naar Nederland reden dan was het uitgesloten dat we in Lyon door de tunnels gingen. Dat betekende een lange omweg van ruim anderhalf uur. Maar dat had hij er graag voor over.'
 
In één van die claustrofobische verhalen probeert Jans vriend Kees Verkade hem het vliegtuig in te krijgen. Als beloning zal hij een bronzen beeldje van zijn zoontje maken.
'Dat heeft hij inderdaad gedaan', bevestigt Patrick. 'Het staat hier in huis. De verhalen zijn ook allemaal hier geschreven.'
En na een korte pauze: 'Ik moet toegeven dat ik
niet alles van mijn vader heb gelezen. Pas geleden was ik met mijn verloofde in Parijs en hebben we ons laten leiden door zijn 'gids voor Parijs'. Omdat ik normaliter alleen Franse boeken lees, was ik erg verrast door zijn stijl en zijn humor. Bovendien kwam ik in stadsdelen waar je weinig toeristen tegenkomt. In Parijs heb ik gelijk mijn oom Mark opgezocht. Ook met de andere broers hebben we regelmatig contact. Toevallig belde Kees gisteren nog naar mijn moeder vanuit Australië.'
 
'Hij bleef zijn oude typmachine tot het einde toe trouw'
Patrick Brusse, die uitstekend Nederlands spreekt met een charmant Frans accent, heeft
zelf een drukke commerciële baan. Samen met Nederlandse partners heeft hij een internetbedrijf opgericht dat zich toelegt op de verkoop van relatiegeschenken. Nogal een verschil met zijn vader die moderne communicatiemiddelen verafschuwde en zijn oude typmachine tot het einde toe trouw bleef. Elektronische schrijfmachines, tekstverwerkers, faxen, hij wilde er niets van weten. Uit principe, maar ook om praktische redenen.
'Door zijn traditionele werkwijze kon hij altijd de post de schuld geven als zijn wekelijkse
artikel 'Qui mal y pense' te laat op de redactie van Elsevier arriveerde, wat nogal eens gebeurde. Vader was geen zakenman, maar kon uitstekend voor zichzelf opkomen. Hij deed succesvolle reclamespots voor Joseph Guy en als hij in Nederland werd gevraagd voor een lezing, liet hij zich daar goed voor betalen. We stapten dan met z'n allen in de auto, inclusief onze hond, want vanwege die claustrofobie was vliegen uiteraard geen optie.'

'De liefde voor taal heb ik van mijn vader geërfd'
De vraag of hij zelf artistieke ambities heeft kan natuurlijk niet uitblijven.
Patrick: 'Als kleine jongen had ik die zeker. Ik was een grote fan van imitateur Thierry le Luron en wilde niets liever dan in zijn voetsporen treden. Daarna wilde ik tv-presentator worden. Mijn vader juichte dat uiteraard toe. Hij zag mij graag een kunstzinnige richting inslaan. Op allerlei manieren probeerde hij dat te stimuleren. Toen ik veertien was, moest ik stage gaan lopen. Dat gebeurde bij een kunstenaar waar ik vier beeldjes gemaakt heb. Volgens oom Mark waren die zelfs van een heel aardig niveau.'
Zelf moet hij er om lachen: 'Welnee, het stelt niets voor. Ik heb helemaal geen talent op dat gebied. Wel heb ik de liefde voor taal van mijn vader geërfd. In mijn correspondentie vermijd ik standaardteksten. Ik probeer het altijd op een originele manier te zeggen. Ook die nieuwsgierigheid voor het opmerkelijke en ongewone heb ik van hem. Als ik in een café een bijzonder gezelschap zie zitten, dan stap ik erop af en maak een praatje met ze. Ik schrijf er alleen geen stukjes over. Maar wie weet, misschien komt dat nog eens.'
Zou de grote wens van vader Jan dan toch nog in vervulling gaan? Toen hij op 8 juli 1996 - op zijn verjaardag - overleed, liet hij het manuscript van een half voltooide roman achter.
Bestaat de kans dat zijn zoon het ooit zal afmaken?
Deze schudt glimlachend het hoofd en schenkt nog maar eens een koele witte wijn in. 'Ik ben erg tevreden met mijn leven zoals het nu is,' zegt hij, 'dat is de hoofdzaak, daar gaat het om. À votre santé!'
Het is alsof ik het Jan Brusse zelf hoor uitspreken.


© Andy Arnts, 2008.